Naar hoofdinhoud

Kennis

Buigradius: hoe krap mag een kabel de bocht om?

Waarom 4 × en 15 × de diameter allebei bestaan, en wat er stukgaat als u eronder gaat.

In het kort

De buigradius is de kleinste straal waarbij een kabel nog gebogen mag worden, als factor maal de buitendiameter. Op de datasheet staat die factor: meestal van 4 × bij soepele aderdraad tot 15 × bij enkeladerige middenspanningskabel. Hebt u geen sheet, dan geldt IEC 60502 als vuistregel met 12 × voor meeraderig en 15 × voor enkeladerig en gewapend, maar de waarde van het type gaat voor.

De buigradius is de kleinste straal waarbij u een kabel nog mag buigen, uitgedrukt als factor maal de buitendiameter. Staat er 10 × op de datasheet en is de kabel 20 mm dik, dan mag de bocht niet krapper zijn dan een straal van 200 mm, gemeten aan de binnenkant van de bocht. Dat is een cirkel van 40 cm doorsnede.

De factor verschilt sterk, en dat zegt iets over de opbouw. Soepele aderdraad H05V-K mag op 4 ×, coax RG 213 op 5 ×, rubberkabel H07RN-F op 6 ×, instrumentatiekabel RE-2X(St)Y op 7,5 ×, YMvK Cca op 10 ×, en de gewapende VO-YMvKas en VG-YMvKas en de middenspanningskabel N2XS(F)2Y op 15 ×. Over het hele assortiment is 6 × het meest voorkomend, gevolgd door 12 × en 4 ×. Hoe stijver en hoe kwetsbaarder de opbouw, hoe ruimer de bocht.

Hebt u geen datasheet bij de hand, dan wordt IEC 60502 vaak aangehaald als vuistregel: 12 × de diameter voor meeraderig zonder wapening en 15 × voor enkeladerig en voor gewapende kabel. Let op dat dat een vuistregel is. Een fabrikant die zijn eigen constructie heeft beproefd, geeft soms een krappere waarde op, zoals de 10 × van onze YMvK Cca. Wat op het blad van het type staat, gaat dus voor.

Eenmalig buigen is iets anders dan herhaald buigen. Veel sheets geven daarom twee waarden. De RG 213 mag op 5 × de diameter als hij één keer wordt gelegd, maar op 10 × zodra hij in bedrijf blijft bewegen. Voor sleepkettingen en kraanbewegingen gelden weer eigen, ruimere getallen. En bij middenspanning houden fabrikanten tijdens het intrekken doorgaans een ruimere straal aan dan in de eindpositie, omdat de kabel dan ook nog onder trekkracht staat.

Gaat u eronder, dan rekt de isolatie aan de buitenkant van de bocht en stuikt ze aan de binnenkant. Bij een gewapende kabel kan de wapening opengaan; bij middenspanning kunnen het scherm of de waterbarrière het begeven. Het vervelende is dat u er niets van ziet: de schade zit binnenin en komt pas bij de beproeving of later in bedrijf naar boven.

In de praktijk knelt het op drie plekken: de invoer in een kast of verdeler, de bocht in een mantelbuis, en de laatste meter naar de klemmenstrook. Reken die bochten door met de buitendiameter van het type, niet met de doorsnede in mm²: een 4×25 mm² gewapend is een heel andere kabel dan een 4×25 mm² ongewapend.

Voor de inkoper: staat er een krappe bocht of een strakke kastinvoer in het tracé, geef dan de buitendiameter door bij de aanvraag. Vaak bestaat er een soepeler uitvoering van hetzelfde type, met een fijndradige geleider in klasse 5, die de bocht wél haalt. Dat is een andere kabel en dus een andere prijs en levertijd, maar het scheelt een mislukte trek.

Zit er een krappe bocht of een strakke kastinvoer in het tracé? Geef de kleinste straal door met het type dat u in gedachten heeft. Wij rekenen na of de kabel erdoor komt en noemen anders de soepeler uitvoering. Ons advies is een hulpmiddel; de verantwoordelijke ontwerper of installateur controleert en beslist.